Terug naar Eigen Werkjes



Glasvochtloslating – Netvliesscheur – Netvliesloslating.

Een Oftalmologische Triade




Inleiding

Een glasvochtloslating is een vrij veel voorkomende en op zichzelf onschuldige aandoening. De frequentie stijgt met de leeftijd en komt meestal pas voor na de leeftijd van 50 jaar. Geschat wordt dat 65 % van mensen tussen de 65 en 85 jaar een glasvochtloslating hebben. Dit is te wijten aan normale degeneratieve processen van het glasvocht en myopie heeft een predispositie.

Een glasvochtloslating kan echter ook evolueren tot een netvliesscheur en een netvliesloslating. In ons land zijn er gemiddeld 1500 netvliesloslatingen per jaar.

 

Risicopatiënten

Iedereen loopt een risico op het scheuren en loskomen van de retina, doch de helft van de getroffen patiënten behoort tot één of meer van volgende groepen:

Oorzaak en gevolg

image001

Het achterste oogsegment is grotendeels gevuld met glasvocht.  Het glasvocht is een gel – achtige substantie die op enkele plaatsen sterk aan het netvlies is gehecht, voornamelijk perifeer ter hoogte van de glasvochtbasis en ter hoogte van de papil.

In de loop van het leven zal het glasvocht grotendeels verwateren en daardoor inkrimpen. Dit leidt progressief tot het loskomen van het achterste glasvocht ten opzichte van de retina (achterste glasvochtloslating).

image003

Hierdoor krijgt men tractie op de retina.

image005

Wanneer de trekkracht op de retina te groot wordt, kan er een scheur optreden in het netvlies.


image007

Een netvliesscheur kan verergeren door de oogbewegingen, door kleine rukjes van het glasvocht dat nog aan de retina vastzit.  Wanneer het glasvocht door de scheur achter de retina migreert, zal deze door de oogbewegingen losgewoeld worden.

   

Symptomen

De symptomen die optreden zijn afhankelijk van de verschillende stadia.

Bij glasvochtloslating zal de patiënt klagen van zogenaamde mouches volantes. Dit zijn kleine rondzwevende deeltjes weefsel in het glasvocht.


image008

Enkele voorbeelden van mouches volantes getekend door patiënten.

image010image011 

Wanneer licht invalt op deze weefselpartikels wordt er een schaduw gevormd op de retina, die door de patiënt waargenomen wordt als rondzwevende donkere vlekjes.

Soms is er in het gezichtsveld één grotere zwever die buiten het centrale beeld valt, maar desalniettemin hinderlijk is voor de patiënt. Deze grotere mouche volante ontstaat door het loskomen van glasvocht ter hoogte van de papil.

Een op zichzelf staande glasvochtloslating zonder bijkomende symptomen vormt geen bedreiging voor het gezichtsvermogen.

Het zien van sterretjes en flitsen wordt veroorzaakt door tractie van het glasvocht op de retina.

Een scheur en het loskomen van een deel van de retina wordt vaak niet onmiddellijk opgemerkt door de patiënt. Pas wanneer de loslating meer uitgesproken wordt en de werking van de lichtgevoelige zenuwcellen in het gedrang komt, zullen er klachten optreden.

In dit stadium zal de patiënt vertellen een duidelijk afgelijnde zwarte vlek te zien. Deze vlek kan overal in het gezichtsveld ontstaan, maar begint meestal onderaan of aan de binnenkant van het gezichtsveld.  De patiënt merkt dan een gordijn dat voor een deel van het gezichtsveld schuift van perifeer uit.

Dit ‘zwarte gordijn’ is steeds een alarmsignaal en de patiënt moet dan zo snel mogelijk worden doorverwezen.

 
image012

   

Onderzoek

Bij iedere patiënt met een acute, symptomatische achterste glasvochtloslating dient een nauwkeurig oogfundusonderzoek te gebeuren, inclusief de perifere retina, om netvliesdefecten uit te sluiten.

 

image013

netvliesscheur

image015

netvliesloslating

 
Er kan eveneens een echo gemaakt worden om een loslating aan te tonen.


Behandeling

Meestal vergt een glasvochtloslating geen behandeling. De lichtflitsen zullen verdwijnen wanneer het glasvocht helemaal los komt te liggen van de retina. De mouches volantes zullen als het ware bezinken en minder hinderlijk worden, maar verdwijnen meestal niet helemaal. Wanneer de vlekjes te hinderlijk blijken voor de patiënt kan men in sommige gevallen ( grote en trage zwevers ) deze behandelen met laser.

Netvliesscheuren worden behandeld door middel van laser om verergering te voorkomen.

Men brengt verschillende kleine letsels aan rond de scheur waardoor er een dam gevormd wordt die verder scheuren zal verhinderen.

Na enkele weken vormt zich littekenweefsel dat de retina aan de choroidea verankert.

image017

De behandeling van netvliesloslating is complexer. Bij eenvoudige loslating kan men het oog omgordelen.

Eerst wordt de oogbol op de plaats van de scheur aan de buitenkant bevroren. Dit veroorzaakt, net zoals bij de laserbehandeling, littekens waardoor het netvlies terug vastgroeit aan de oogwand. Daarna wordt er een bandje in siliconen-kunststof rond de oogbol aangebracht.

image018

Dit 2 mm brede ringetje knijpt de oogbol enigszins samen (waardoor het oog nadien ook iets bijziender wordt). Op de plaats van de scheur wordt vervolgens nog een speciaal siliconenblokje aangebracht voor extra druk. Hierdoor wordt de oogwand tegen de scheur gedrukt en kan het netvlies terug aan de oogwand vastgroeien.

Bij een grote scheur met veel vochtophoping wordt het vocht onder het netvlies weggezogen door een gaatje in de oogbol te maken. Wanneer er nauwelijks vocht onder het netvlies zit, verdwijnt dit gewoonlijk vanzelf.
Om het vocht onder het netvlies weg te drukken, wordt soms ook een lucht- of gasbel in het oog gespoten. Deze bel drijft en door het hoofd in de juiste positie te houden, kan men deze van binnenuit op de netvliesscheur laten drukken. Wanneer de scheur bv. aan de neuskant van het rechter oog zit, moet men op de rechterzijde liggen. De lucht- of gasbel verdwijnt spontaan uit het oog na enkele dagen. Door de specifieke eigenschappen van het gezichtsvermogen ziet men deze bel als een zwarte bol onderin in het gezichtsveld wanneer men rechtopzit.

image020

Resultaat


Ongeveer 95 % van alle netvliesloslatingen kan hersteld worden, zeker als er snel genoeg kan worden ingegrepen.

Het gezichtsverlies is afhankelijk van de plaats van de scheur en de loslating. Bij loslating ter hoogte van de macula is de resthinder uiteraard groter dan wanneer de loslating perifeer gebeurde.

Het zicht kan zelfs tot jaren na de ingreep traag blijven verbeteren.

Belangrijk blijft de regelmatige controle van het andere oog en eventueel een preventieve behandeling.


Besluit

Het herkennen van de symptomen van zowel glasvochtloslating als netvliesscheur en loslating is ook in de huisartsenpraktijk van groot belang.

Snelle herkenning en doorverwijzing kan het zicht van de patiënt redden.

Referenties

     1.  Prof. Dr. Spilleers; Oogheelkunde

     2.  Dr. Stalmans;  Netvliesloslating, uitkijken voor sterretjes en zwevers; 
          UZ gezondheidsbrief 108 (01/09/2000)

     3.  Webpage Oogheelkundig Medisch Centrum Amsterdam

Terug naar Eigen Werkjes